Leiderschapsconferentie 2017: Geboren leider of right man in the right place?

Wij kijken terug op inspirerende en waardevolle discussies tijdens de Leiderschapsconferentie op 26 juni jl. Hieronder kunt u het opinie artikel, vol inspiraties, van deze geslaagde avond nalezen.

Wij bedanken iedereen voor zijn inbreng en actieve deelname aan de conferentie. Wij ontmoeten u graag weer tijdens de uitreiking van de Overheidsawards op
20 november a.s.

 

Geboren leider of right man in the right place?

Auteur: Lennart Huurman

NOORDWIJK - Wanneer is iemand een leider? Welke eigenschappen zijn vereist om goed leiderschap uit te oefenen? Of moeten we in onze zoektocht naar een goede leider stoppen met het zoeken naar een bepaald persoon? Paul ’t Hart zet uiteen wat er zoal komt kijken bij leiderschap en bij welke maatschappelijke problemen wat voor leiderschap vereist is.

Als je een willekeurig persoon op straat aanspreekt met de vraag wat leiderschap is, zal deze je vermoedelijk een rijtje eigenschappen geven; charismatisch, besluitvaardig, een groot netwerk. En als je doorvraagt naar voorbeelden kun je namen als Obama, Louis van Gaal, Elon Musk en Angela Merkel verwachten. Het is daarom ook niet gek dat we deze mensen al gauw betitelen als ‘geboren leiders’; zij die in hun genen iets bezitten dat anderen ontbeert.

Leiderschap in de publieke sector manifesteert zich op vele manieren. Maar van welk type leiderschap je ook voorstander bent, de volgende dilemma's geven inzicht in wat er komt kijken bij leiderschap.

‘Leadership as a public servant is to remain the most important adviser from the minister.’
Gus O’Donell, voormalig kabinetssecretaris Verenigd Koninkrijk

Wetenschappelijk leiderschap
De wetenschap vormt een bron van inspiratie voor vele leiders. Het is de wetenschap die zaken in perspectief plaatst, verbanden blootlegt en bovenal nieuwe feiten presenteert. Het is vervolgens aan degenen die de sleutelposities bezetten om deze kennis in het beleid te verweven. Toch zit er een aardig addertje onder het gras wanneer het aankomt op het inpassen van wetenschappelijke kennis in beleid. Met kale feiten win je de oorlog niet. Om feiten te laten landen op plekken waar deze feiten in de hoofden van de mensen kruipen en onvermijdelijk leiden tot het aanpassen van beleid, moet je volgens Maarten Hajer een verhaal hebben. Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, noemt feiten zonder verhaal sprakeloos. Bestuurders hebben vaak de neiging om feiten in te passen in een kosten/baten-plaatje. Hier kan al snel de plank misgeslagen worden wanneer deze feiten niet stroken met de belevingswereld van burgers en daarmee de politieke werkelijkheid. In de wetenschappelijke wereld leeft men in de veronderstelling dat wetenschappelijke feiten waardevrij zijn. Toch moet de slag worden gemaakt naar een waardegeladen verhaal om resultaat te bereiken.

De Wiedervereinigung van Duitsland is hier een treffend voorbeeld van. De feiten spraken voor zich. Een westelijk deel dat het Wirtschaftswunder had doorgemaakt en een oostelijk deel met een gestagneerde economie na veertig jaar communisme. Hier waren het de gemeenschappelijke waarden die voor de samenvoeging zorgden, niet de nettowinst die het verenigen van de twee Duitslanden teweeg zou brengen.

‘To disagree with the minister once is necessary, to disagree twice is advisable, 
to disagree three times is lethal.’
Patrick Weller, politicoloog

Ambtelijk leiderschap
Beleid begint vaak bij een beleidstheorie; een verondersteld (positief) effect dat in werking treedt wanneer je een beleidsmaatregel toepast. Het zou de meest waardevrije tak van sport moeten zijn. Toch schuilt hier een gevaar in, wanneer een beleidstheorie niet blijkt te kloppen of voor averechtse effecten zorgt. De aanpak van schuldenproblematiek door de overheid is hier een voorbeeld van. De beleidstheorie veronderstelt dat financiële prikkels in een systeem zouden moeten leiden tot meer betalingsdiscipline en minder oplopende schulden.

José Manshanden, lid van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, ziet vanuit dit oogpunt de overheid als hoofdverantwoordelijke voor schuldenproblematiek onder burgers. Niet alleen de boetes die de overheid uitdeelt aan mensen verergert de situatie. Ook is er de psychologische consequentie dat het denkvermogen van schuldenaars afneemt en daarmee de vaardigheden om de zaakjes op orde te krijgen. Daarnaast zijn de vele (vaak goed bedoelde) regelingen waar mensen die krap bij kas zitten aanspraak op kunnen maken funest: soms kun je aanspraak maken op wel meer dan tien toeslagen om het leed te verzachten. Oftewel: boete op boete zogenaamd afgezwakt door toeslag op toeslag. Manshanden ziet dit ook als een van de oorzaken dat mensen die netto de grootste ontvanger van de overheid zijn vaak de meest negatieve houding hebben ten opzichte van de overheid.

Ambtelijk leiderschap vraagt dus om na te denken over achterliggende doelen en het loslaten van beleidstheorieën. Wat is de maatschappelijke toegevoegde waarde van onze acties? Helpt een extra subsidiepot voor mensen in de schulden je wel dichter bij je doel? Soms moet je een heel systeem im Frage stellen om als overheid problemen aan te pakken.

‘Public servants who don’t speak frank and fearless to their ministers are cowards.’
Dennis Richardson, voormalig Australisch topambtenaar

Politiek leiderschap
‘De politiek bepaalt, de ambtenarij voert uit.’ Met deze woorden duidde Max Weber de politiek-ambtelijke verhoudingen. Oftewel: je hebt als ambtenaar weinig in de melk te brokkelen als de minister anders voorschrijft. De uitdaging voor de ambtenaar zit dus in het op andere gedachte brengen van de minister. Dit kan door de minister feiten voor te schotelen of door de minister inzicht te geven in de consequenties van beleid, maar de beperkingen van deze twee methodes zijn in de voorgaande alinea’s al uitvoerig aan bod gekomen.

Wat rest is een beroep doen op het politiek leiderschap van de minister. Sadik Harchaoui, voormalig overheidsmanager van het jaar, hekelt het politieke leiderschap op het gebied van diversiteit. Hij ziet hoe politici legitimering zoeken voor hun beleid op dit gebied met veelal anekdotische voorbeelden. Bijvoorbeeld wanneer op Aboutaleb of Arib gewezen wordt als voorbeelden van goede integratie. Volgens Harchaoui leidt deze politieke tactiek vooral tot kortetermijnbeleid en blijven structurele maatregelen achterwege. Achter het succesverhaal van de enkeling schuilt namelijk een niet te misstane ongelijkheid die niet met positieve uitschieters goed te praten valt.

Om politiek leiderschap te tonen moeten politici durven het kortetermijndenken los te laten en over het eigen termijn heen kijken, dat vaak maximaal vier jaar duurt.

‘I was too busy hoarding my political capital that I forgot to spend it.’
Tony Blair, voormalig minister-president Verenigd Koninkrijk

Tot slot
Paul ‘t Hart ziet het liefst dat denken over leiderschap een andere richting aanneemt dan alleen over persoonlijke eigenschappen denken. Een leider moet in staat zijn goed in zijn of haar context te kunnen opereren. De Obama’s en Merkel’s van deze wereld ontlenen dáár hun succes aan. Eén eigenschap schrijft ‘t Hart wel exclusief toe aan leiders: de kunst van het vertellen van onwelvallige boodschappen. Een goede leider is in staat om boodschappen over te brengen die men niet graag hoort. Of het nou de manager tegen de directeur is, topambtenaar tegen de minister is of de minister tegen de Kamer; met de durf om iets te zeggen dat niet goed zal vallen kun je dingen veranderen.